Afronding pilot regionale thuismonitoring hypertensie
Geplaatst op:
Voor: Huisartsen
De pilot regionale thuismonitoring hypertensie (half september 2025 - half maart 2026) is afgerond. In deze periode hebben de ziekenhuizen Reinier de Graaf , Franciscus (afdelingen interne) en 4 huisartsenpraktijken (Het Heelhuis, Emmapark, De Hogen Hoed, Parkhof) ervaring opgedaan met gezamenlijk ingerichte monitoring van bloeddrukmetingen.
Opzet van de pilot
De pilot richtte zich op patiënten in de instelfase van hun bloeddrukbehandeling. Tijdens de pilot zijn gezamenlijke werkafspraken gemaakt tussen de eerste en tweede lijn. De monitoring werd 2 dagen per week uitgevoerd door de ziekenhuizen. Hiermee is in de praktijk getest hoe samenwerking, taakverdeling en monitoring op afstand ingericht kan worden.
Ervaringen uit de praktijk
Andere genoemde aandachtspunten zijn:
De ervaringen van patiënten liepen uiteen. Over het algemeen vonden de patiënten het prettig om op afstand gevolgd te worden. Tegelijkertijd ervaarden sommigen het als intensief om dagelijks 2 maal te meten en hadden enkele van hen moeite met het koppelen van de bloeddrukmeter voor het invoeren van de meetwaarden.
Vervolg: gezamenlijk organiseren
Alle betrokken partijen zien de meerwaarde van het gezamenlijk organiseren van thuismonitoring. Daarom wordt gewerkt aan een vervolg waarin samenwerking in de regio centraal staat.
Uitgangspunt daarbij is dat:
De pilot regionale thuismonitoring hypertensie (half september 2025 - half maart 2026) is afgerond. In deze periode hebben de ziekenhuizen Reinier de Graaf , Franciscus (afdelingen interne) en 4 huisartsenpraktijken (Het Heelhuis, Emmapark, De Hogen Hoed, Parkhof) ervaring opgedaan met gezamenlijk ingerichte monitoring van bloeddrukmetingen.
Opzet van de pilot
De pilot richtte zich op patiënten in de instelfase van hun bloeddrukbehandeling. Tijdens de pilot zijn gezamenlijke werkafspraken gemaakt tussen de eerste en tweede lijn. De monitoring werd 2 dagen per week uitgevoerd door de ziekenhuizen. Hiermee is in de praktijk getest hoe samenwerking, taakverdeling en monitoring op afstand ingericht kan worden.
Ervaringen uit de praktijk
- Deelnemers zien mogelijkheden in thuismonitoring, maar geven ook aan dat de meerwaarde sterk afhankelijk is van de context en inrichting.
- Voor patiënten kan thuismonitoring helpen om meer inzicht te krijgen in hun eigen gezondheid en de invloed van leefstijl op de bloeddruk. Ook kan het bijdragen aan meer eigen regie en het verminderen van fysieke controles in de praktijk.
- Thuismetingen geven vaak een realistischer beeld dan een eenmalige meting in de praktijk. Daarnaast kan het in de instelfase tijd schelen, omdat een extra consult voor een bloeddrukmeting niet altijd nodig is.
Andere genoemde aandachtspunten zijn:
- Het is belangrijk om een duidelijke taakverdeling te maken binnen de praktijk;
- Een HIS-koppeling, die tijdens de pilot nog niet beschikbaar was, vergemakkelijkt het werken met een thuismonitoring-applicatie voor thuismetingen;
- Communicatie tussen telenurses en praktijken moet goed aansluiten op de informatiebehoefte;
- Een toegankelijke app en aandacht en tijd voor goede uitleg rondom het gebruik is nodig om het goed in te zetten in de praktijk.
De ervaringen van patiënten liepen uiteen. Over het algemeen vonden de patiënten het prettig om op afstand gevolgd te worden. Tegelijkertijd ervaarden sommigen het als intensief om dagelijks 2 maal te meten en hadden enkele van hen moeite met het koppelen van de bloeddrukmeter voor het invoeren van de meetwaarden.
Vervolg: gezamenlijk organiseren
Alle betrokken partijen zien de meerwaarde van het gezamenlijk organiseren van thuismonitoring. Daarom wordt gewerkt aan een vervolg waarin samenwerking in de regio centraal staat.
Uitgangspunt daarbij is dat:
- We gebruik maken van één regionaal gekozen systeem dat de samenwerking ondersteunt;
- Organisaties de ruimte hebben om hun eigen tempo en ontwikkelpad te volgen;
- We blijven leren wat wel en niet werkt in de praktijk. Op deze manier wordt verder gebouwd aan een werkbare en passende inzet van thuismonitoring in de regio.