ZorgBulletin 19 maart 2026

HagaZiekenhuis - Operatie HELDER: onderzoek naar terugdringen van delier na operatie

Voor: Verwijzers 
 
Het kan iedereen overkomen: acute verwardheid, oftewel een delier. Zeker ouderen met een chronische ziekte hebben na een operatie een grote kans op zo’n delier. En dat heeft veel impact, zowel op de patiënt als op diens omgeving. Intensivist Thomas Ottens en anesthesioloog Mandana Rad willen met Operatie Helder in kaart brengen hoeveel én welke patiënten na een operatie last hebben van een delier. Die kennis wordt gebruikt om een delier straks beter te voorspellen én voorkomen. 
 
“Bij een delier ontstaan problemen met de werking van de hersenen. De patiënt raakt verward, suf of juist heel onrustig. Verder kan de patiënt vergeetachtig en angstig worden en zelfs gaan hallucineren. Vaak is de patiënt zich daar zelf niet van bewust, maar de omgeving ziet dat wel”, legt Thomas Ottens uit. Hij werkt als intensivist op de Intensive Care (IC) en ziet op die afdeling veel patiënten die een delier krijgen. “Een delier ontstaat plotseling. Het kan uitgelokt worden door een operatie, maar bijvoorbeeld ook door een infectie of bijwerking van een medicijn. Patiënten met een delier kunnen niet werken aan hun eigen herstel. Ze liggen daardoor vaker langer in het ziekenhuis dan patiënten die geen delier hebben gekregen.” 
 
Gevoelig orgaan 
Wat er precies gebeurt in de hersenen als patiënten een delier krijgen, is moeilijk te zeggen. “In de hersenen zijn veel netwerken actief die met elkaar moeten samenwerken. Dat is een kwetsbaar systeem dat verstoord kan worden als je ziek bent of medicatie krijgt. Het netwerk dat zorgt voor het bewust zijn van je omgeving kan dan minder goed werken.” 
Sommige patiëntengroepen lopen meer risico op een delier dan andere. Zo zijn zestigplussers met chronische ziektes zoals hart- en vaatziekten of diabetes na een operatie vatbaarder. “Bij een operatie wordt het afweersysteem actief, om het lichaam te laten genezen. Die reactie kan de werking van de hersenen verstoren. Zo'n reactie is heviger na grote en lange operaties. We zien dan ook vaker delier na grotere operaties. Echter, als de hersenen al erg kwetsbaar zijn, kan ook een kleine operatie al een delier uitlokken.” 
 
Wereldwijd toonaangevend 
Op de IC van het HagaZiekenhuis is veel expertise over delier. “We worden wereldwijd gezien als toonaangevend op dit gebied”, zegt Thomas die zich met wetenschappelijk onderzoek heeft gespecialiseerd in de aandoening. Zijn drijfveer is heel persoonlijk. Als kleine jongen zag hij hoe zijn oma steeds weer een delier kreeg in het ziekenhuis. “Dat was heel heftig voor haar en had enorme impact op de familie. Als intensivist heb ik nu de kans om delier zoveel mogelijk te bestrijden.” 
Mede hierom is hij samen met anesthesioloog Mandana Rad gestart met operatie HELDER. Dat is een acroniem voor HagaZiekenhuis Expertteam voor Lerende Deliriumpreventie, gebaseerd op Evidence-based maatregelen, gericht op Risicogroepen. Het doel is te zorgen dat minder patiënten in een delier terechtkomen en patiënten na een operatie sneller naar huis kunnen. 
 
Nulmeting 
“We onderzoeken eerst hoeveel patiënten uit de risicogroep in ons ziekenhuis een delier hebben”, vertellen Thomas en Mandana. “Een paar maanden gaan medisch studenten elke werkdag post-operatieve patiënten van 50 jaar en ouder observeren in ons ziekenhuis. Een delier wordt namelijk niet altijd als zodanig herkend. Neem een patiënt die suf in zijn bed ligt. Die kan ongemerkt last hebben van een delier. We willen 1000 patiënten observeren. Met die nulmeting kunnen we de volgende fase van het onderzoek in. We weten dan ook welke patiëntengroep in ons ziekenhuis het meeste risico heeft op een delier.” 
 
Maatregelenpakket 
In de volgende fase gaan Thomas en Mandana een maatregelenpakket instellen die past bij de risicogroep. “De maatregelen om een delier te voorkomen zijn al bekend en wetenschappelijk onderbouwd. Een deel daarvan passen we al toe in ons ziekenhuis, maar door de risicogroep goed in beeld te hebben, kunnen we meer maatwerk toepassen”, legt Thomas uit. 
Hij categoriseert de maatregelen die voor en tijdens de operatie ingesteld kunnen worden in 3 groepen. “De patiënt beter voorbereiden op de operatie, bijvoorbeeld met fysiotherapie. Daarnaast kunnen we soms minder invasieve operatietechnieken toepassen bij risicogroepen. Tenslotte kunnen we met precies gedoseerde narcosemiddelen of een lokale verdoving de kans op een delier kleiner maken.” 
 
Lokale anesthesie 
Anesthesioloog Mandana Rad beaamt dat. “Medicijnen die we voor een narcose gebruiken, beïnvloeden het brein negatief. We moeten dus goed opletten dat we niet te veel medicatie gebruiken. Dat is lastig, want we moeten ook niet te weinig geven. Een patiënt mag natuurlijk niet gaan bewegen en al helemaal niet wakker worden tijdens een operatie. Daarnaast heeft elke patiënt andere hoeveelheden nodig en dit is lastig in te schatten. We hebben de neiging om meer te geven om te voorkomen dat een patiënt gaat bewegen of wakker wordt.” 
Een delier ontstaat pas op de afdeling. “Anesthesiologen en anesthesiemedewerkers zien dit niet. Door extra scholingen voor het anesthesieteam creëren we meer bewustwording voor de risico’s op een delier door overdosering.” Waar het kan, kiest Mandana bij risicopatiënten eerder voor een lokale of regionale verdoving. “Bijvoorbeeld via een ruggenprik of plaatselijke zenuwblokkade. Maar welk type anesthesie we gebruiken, is natuurlijk altijd in overleg met de patiënt.” 
 
Postoperatieve maatregelen 
Verschillende maatregelen kunnen ook na de operatie nog nuttig zijn. “We willen patiënten zo helder mogelijk uit de operatie laten komen. Zo zorgen we voor een goed verlichte kamer, waarin ze zich makkelijker kunnen oriënteren. En als een patiënt na een operatie op de uitslaapkamer komt, ligt de leesbril en het gehoorapparaat al klaar. Daarnaast doen we op de verpleegafdeling een beroep op familieleden. Het helpt als er constant een bekend gezicht aanwezig is. Daarom zorgen we er vaak voor dat een naaste bij de patiënt op de kamer kan overnachten.” 
Met al deze maatregelen hopen Thomas en Mandana de ‘delierbelasting’ in het HagaZiekenhuis met een derde te verminderen. “Delier gaat nooit helemaal verdwijnen, maar als we maatregelen effectief toepassen, is 30 tot 40 procent te voorkomen. Uiteindelijk hopen we zo dat de gemiddelde ligduur van een patiënt 1,5 dag korter wordt. Dat is niet alleen fijn voor de patiënt en familie, maar verkort ook de wachttijden in ons ziekenhuis.” 

Neem voor vragen contact op met k.koster@hagaziekenhuis.nl.