Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

Meldcode en Kindcheck


De meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld vormt de professionele norm voor  zorgverleners. De meldcode en de Kindcheck helpen u bij het maken van de afweging wanneer, bij wie en hoe u aan de bel trekt bij vermoedens van kindermishandeling.

 

Meldcode

Als eerstelijns zorgverlener bent u sinds juli 2013 verplicht om de meldcode te gebruiken bij vermoedens van kindermishandeling. Hieronder vindt u een uitleg over de meldcode, verder is een filmpje gemaakt met uitleg over de meldcode.

 

De meldcode bestaat uit vijf stappen:

  1. Signalen in kaart brengen
  2. Overleggen met collega’s (zo nodig ook met Veilig Thuis of een letseldeskundige)
  3. Gesprek voeren met de patiënt en/of met de ouders
  4. Aard en ernst van de kindermishandeling wegen. Bij twijfel overleggen met Veilig Thuis
  5. Beslissen: hulp organiseren of melden

 

Brancheverenigingen van diverse eerstelijns beroepsgroepen hebben een eigen meldcode ontwikkelt. Klik op de link om naar de betreffende meldcode te gaan.

 

Kindcheck

Ook als u enkel met volwassen cliënten of patiënten werkt, kan het voorkomen dat u zich zorgen maakt om kindermishandeling. Bijvoorbeeld als uw patiënt ernstige psychische problemen, drugs- of alcoholverslaving of een gewelddadige partner heeft. In zo’n geval doet u de Kindcheck. Dit geldt uiteraard ook bij patiënten die een partner hebben die geweld gebruikt.

Wanneer u vermoedt dat de situatie van de patiënt mogelijk risico’s oplevert voor kinderen die van hem of haar afhankelijk zijn, doorloopt u de drie stappen van de Kindcheck. Zo schat u in of er kinderen in huis zijn en of zij risico lopen.

 

De stappen van de Kindcheck:

  1. Ga in gesprek met de patiënt
    a. Vraag of er minderjarige kinderen bij hem/haar in huis wonen.
    b. Vraag met wie de patiënt de zorg voor deze kinderen deelt.
    c. Onderzoek samen met de patiënt of het lukt, ondanks de situatie, om de kinderen voldoende verzorging, zorg en veiligheid te bieden.
    d. Vraag of de patiënt daar hulp bij heeft en of hij (meer) hulp wenst.
    e. Vraag aan de patiënt of hij/zij een (ex)partner heeft met kinderen waar hij geregeld aanwezig is.
    f. Vraag aan de patiënte of zij mogelijk zwanger is.
  2. Zijn uw zorgen over de mogelijke ernstige schade voor de kinderen weggenomen?
  3. Blijft u zorgen houden na het gesprek met de patiënt? Zet dan de stappen van de Meldcode.

Lees hier de handleiding Kindcheck voor meer informatie.