Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

3 - Diagnostisch traject


3.1 Anamnese

  • Aard en ernst van de klachten (hoest, piepende ademhaling, dyspneu, nachtelijke klachten).
  • Mate van hinder klachten (frequentie klachten, beperkingen) .
  • Roken ( heden, verleden, pakjaren, evt drugsgebruik).
  • Reactie op prikkels (specifiek en aspecifiek)
  • Aanwezigheid allergieën
  • Voorkomen van COPD in de familie
  • Ongewenst gewichtsverlies.
  • Invloed op functioneren overdag:
    • Psychosociale factoren (angst dyspneu, depressie)
    • sociale situatie,
    • invloed op hobby’s, lichamelijke inspanning.
    • Arbeidssituatie (beroep, ziekteverzuim).
  • Comorbiditeit (diabetes, aandoeningen bewegingsapparaat, hart- en vaatziekten)

 

3.2 Lichamelijk onderzoek

  • Inspectie ademhaling (lange uitademing), vorm thorax
  • Auscultatie hart en longen.
  • Gewicht, lengte, BMI.
  • Evt aanvullend lichamelijk onderzoek, zoals bij vermoeden op hartfalen

 

3.3 Aanvullend onderzoek

  • X-thorax
  • Spirometrie (hier binnenkort een nieuwe bijlage over spirometrie)
  • FEV1, FVC en Flow-volume-curve
  • Bij Z-score < -1,64: spirometrie na bronchusverwijding met salbutamol (of ipratropiumbromide (gebruik ipratropiumbromide alleen bij bijwerkingen of een contra-indicatie voor ventolin))
  • Bij afwijkende spirometrie herhaling na zes weken, (zodat de patiënt hersteld is van een mogelijk eerste gepresenteerde exacerbatie van COPD)

De geforceerde uitademmanoeuvre die wij in de eerste lijn uitvoeren kan als beperking hebben dat sommige patiënten een collaps krijgen van hun luchtwegen, waardoor de FVC onderschat wordt en daarmee de FEV1/FVC-ratio overschat wordt. (m.n. bij emfysemateuze longen)

 

3.4 Aanvullend onderzoek in de 2e lijn

  • 2e lijns spirometrie:
    • Bepaling van VC en TLC
    • Meting van de diffusie capaciteit.
    • Histamine (of metacholine) provocatietest, bij blijvende twijfel over aanwezigheid van astma
  • HR-CT-scan bij vermoeden van bronchiectasieën

 

3.5 Diagnose

De diagnose COPD wordt gesteld bij patiënten ouder dan 40 jaar met klachten van dyspneu en/of hoesten, al of niet met slijm opgeven, in combinatie met een relevante rookhistorie (> 20 jaar roken of > 15 pakjaren) én een Z-score na bronchusverwijding van lager dan -1,64.

Lees hier verder

 

3.6 Differentiaal Diagnose

  • Astma (zie zorgprotocol astma)
  • Hartfalen
  • Longcarcinoom
  • Obesitas (evt. in combinatie met OSAS)
  • Restrictieve longaandoeningen
    • Longfibrose
    • Ernstige thoracale kyfoscoliose
    • Obesitas
  • Interstitiële longaandoeningen
    • Extrinsieke allergische alveolitis
  • Longembolie
  • Pneumothorax

Klik hieronder op de link om meer te lezen over:
3.6.1 Gefixeerde obstructie
3.6.2 Small-airways disease, bronchiolitis
3.6.3 Restrictieve longaandoeningen

 

3.7 Indeling van COPD

Het indelen van de ernst kan op verschillende manieren plaatsvinden. Klik op het type indeling om er meer over te lezen:

3.7.1 GOLD indeling
3.7.2 Indeling in Ziektelast
3.7.3 GOLD ABCD indeling

 

3.8 Co-morbiditeit

Klik op onderstaande linkjes om verder te lezen over het betreffende onderwerp:

3.8.1 COPD en obesitas
3.8.2 Dubbeldiagnose astma & COPD
3.8.3 COPD en hartfalen
3.8.4 COPD en osteoporose

 

Klik hier om terug te keren naar de hoofdpagina van het COPD protocol