Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

5. Therapeutische mogelijkheden


5.1 Niet medicamenteuze behandeling

De niet medicamenteuze behandeling bestaat uit zeven onderdelen:

  • Voorlichting over de aard van de ziekte (longen en spieren), de rol van roken en luchtweginfecties . Maak eventueel gebruik van Thuisarts.nl waar informatie te vinden is over COPD in tekst, afbeeldingen en video’s.
  • Maak evt. gebruik van deze Nederlandse video voor uitleg aan ernstige COPD patiënten.
  • Stop-roken advies jaarlijks aan alle rokende COPD-ers.
    Verwijzen naar groepsbehandeling of in eigen praktijk begeleiden volgens MIS-methodiek.
  • Bewegingsadvies aan alle COPD-ers: start met algemeen advies, als dit onvoldoende blijkt voor gedragsverandering, bij bewegingsarmoede of bij een MRC > 1: verwijzing naar een gespecialiseerd fysiotherapeut.
  • Management van hoesten, sputum en dyspnoe eventueel bij de fysiotherapeut
  • Management van exacerbaties (zie 6.3)
  • Dieetadviezen door diëtist bij BMI < 21 of ongewenst gewichtsverlies bij (matig) ernstig COPD.
  • Logopedische begeleiding is te overwegen bij stem- en/of slikproblemen (zie verwijsmogelijkheden logopedie)
  • Griepvaccinatie.

 

5.2 Medicamenteuze therapie COPD

  • Start met luchtwegverwijder, kortwerkend (ipratropium of beta-2-sympaticomimeticum).
  • Combineer desgewenst beide soorten luchtwegverwijders.
  • Bij onvoldoende effect: vervang kortwerkende luchtwegverwijder door langwerkend middel, (kortwerkende voor ‘zo nodig’ erbij) bij patiënten met FEV1 < 80% van voorspeld.
  • Combineer zo nodig LABA en LAMA.
  • Bij onvoldoende effect van een middel overweeg stop ervan/ comorbiditeit?
  • Bij frequente exacerbaties, 2 of meer per jaar en bij GOLD 3 en 4: overweeg hoge dosis inhalatiesteroid. Na 1 jaar dient er geëvalueerd te worden of er het jaar met ICS minder exa’s waren. Zo niet, dan medicament stoppen, mede vanwege een verhoogd risico op pneumonie.
  • Pas de inhalatiemethode aan aan de inademingskracht en oog-handcoördinatie van de patiënt.
  • Controleer ingestelde therapie, ten minste 2 weken na elke medicatiewijziging bij instabiele situatie (bij ernstige klachten eerder), ten minste eenmaal per jaar bij stabiele situatie (ernstig COPD frequenter).
  • Onderhoudsbehandeling met antibiotica, orale corticosteroïden of starten van combinatie-preparaten heeft in het algemeen geen plaats in de eerste lijn.

Momenteel gaan wij starten met een adviserend formularium voor onze regio. Deze hopen wij in 2019 gereed te hebben. Er zijn inmiddels zoveel soorten medicatie en devices op de markt, dat wij hier meer duidelijkheid willen scheppen. De kern van de behandeling voor COPD blijft eerst luchtwegverwijding. Wij pleiten nog steeds voor het tegengaan van overbehandeling met inhalatiecorticosteroïden bij COPD.

 

5.3 Behandeling en begeleiding van een longaanval (exacerbatie)

Longaanvallen van COPD kunnen worden uitgelokt door virale en bacteriële luchtweginfecties (50% tot 70%) en omgevingsfactoren zoals blootstelling aan fijnstof (10%). Bij circa 30% van de longaanvallen blijft de oorzaak echter onbekend. Allergische prikkels spelen bij longaanvallen van COPD meestal geen rol van betekenis.

Lees hier meer over de behandeling en begeleiding van longaanvallen.

 

Klik hier om terug te keren naar de hoofdpagina van het COPD protocol