Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

Neuropathie


Diabetische perifere neuropathie is gekarakteriseerd door de aanwezigheid van symptomen en/of tekenen van perifere zenuwdysfunctie in patiënten met diabetes mellitus na uitsluiting van andere oorzaken. Andere vormen van diabetische neuropathie zijn autonome neuropathie, proximale motorische neuropathie, en mononeuropathieën. Het testen op diabetische neuropathie dient een integraal onderdeel van de jaarlijkse controle van alle diabetes patiënten te zijn. Het doel is om het Stadium van neuropathie vast te stellen en Risicofactoren te identificeren voor de progressie van neuropathie en het ontstaan van neuropathische ulcera (zie ook Richtlijn Diabetische Voet ).

 

De DN-4 vragenlijst kan gebruikt worden bij klachten van neuropathische pijn. Aanvullend onderzoek kan op indicatie bestaan uit aanvullend laboratoriumonderzoek om specifieke andere aandoeningen uit te sluiten: TSH, vit B12 en paraproteineonderzoek. Afhankelijk van de presentatie van de individuele patiënt kan dit onderzoek worden uitgebreid. Het is in de eerste plaats noodzakelijk om goede voorlichting te geven over de aard van diabetische neuropathie aan diabetespatiënten en hoe deze aandoening te voorkomen. De Behandeling is afhankelijk van het stadium.

 

Indien er sprake is van neuropathie kan dit gecodeerd worden met de ICPC-code N94.02 (diabetische neuropathie). Hieronder zou ook de charcot-voet geregistreerd kunnen worden aangezien neuropathie naast neuro-osteoartropathie de oorzaak is van de charcot-voet. En dan de episodetitel wijzigen in Charcot voet.

 

bron: NDF, Richtlijn Diabetische Neuropathie