Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

Nefropathie


Diabetische nefropathie is de toestand van de nier bij diabetes waarin de schade van de nier zo ernstig is dat de klaring (e GFR) minder dan 30 ml/min is (MDRD). In dit stadium is de ICPC diagnosecode U99.01 pas van toepassing.

 

Stadia (KDOQI)

  1. eGFR > 90 ml/min:       geen nierfalen
  2. eGFR 60-90 ml/min      gering nierfalen
  3. eGFR 30-60 ml/min      matig nierfalen
  4. eGFR 15-30 ml/min      nefropathie
  5. eGFR  <15 ml/min        terminaal nierfalen

In de eerdere stadia is er sprake van nierfalen zonder nefropathie. Rekening moet worden gehouden met het feit dat er bij ouderen een fysiologische afname van de nierfunctie is.

 

Behandeling van nierfalen

Er is geen behandeling van nierfalen.
Follow up van nierfalen bestaat uit het jaarlijks vervolgen van de nierfunctie en het maximaliseren van alle streefwaarden voor diabetes  volgens de geldende normen. Voor de bloeddruk geldt een streefwaarde van 135 mm HG bij jonge patiënten (<65 jaar).

 

Aandachtspunten

In stadium 3 dient ook te worden gescreend op PTH, Na, K, calcium, fosfaat, Vit D, Hb en MCV. Deze waarden kunnen gestoord raken. Bij een vitamine D insufficiëntie volstaat het om te suppleren met oraal vit D preparaat.

Het verdient aanbeveling om nierfalen aan de apotheek door te geven in verband met de verminderde klaring van medicamenten.
Afhankelijk van de klaring dient mogelijk de medicatie aangepast te worden.

 

Verwijzing/overleg nefroloog

In geval van gestoorde Na, K, calcium en/of fosfaat in stadium 3 dient overleg met nefroloog plaats te vinden. Indien er sprake is van nefropathie (stadium 4) wordt verwezen naar de nefroloog voor een voorbereiding op dialyse. Patiënten jonger dan 65 jaar met een eGFR < 45 ml/min en patiënten die een snel verslechterende nierfunctie hebben in stadium 3 (bijv. een daling van 25 ml/min in één jaar) dienen ook te worden verwezen.