Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

Micro-albuminurie


  Albumine/creatinineratio Mg/l Mg/24 uur
Normoalbuminurie Mannen: < 2,5

Vrouwen: < 3,5

< 20 < 30
Micro-albuminurie Mannen: 2.5 – 25

Vrouwen: 3.5 – 35

20 – 200 30 – 300
Macro-albuminurie Mannen: > 25

Vrouwen: > 35

200 > 300

Indien micro-albuminurie wordt vastgesteld moet worden nagegaan of andere, vaak tijdelijke, oorzaken van een te hoge albumine-uitscheiding aanwezig kunnen zijn. Wanneer deze oorzaken van micro-albuminurie uitgesloten zijn, moet bij voorkeur na drie maanden een tweede bepaling van de micro-albuminurie worden gedaan om de eerste uitslag te bevestigen. Is bij de tweede bepaling opnieuw sprake van albuminurie, dan moet overwogen worden of er aanwijzingen zijn voor een specifieke nierziekte, die een verklaring zou kunnen zijn voor de albuminurie. Bij sedimentafwijkingen moet de patiënt worden verwezen naar een nefroloog.

Bij albuminurie na een tweede bepaling moet dit vervolgens worden bevestigd door een derde bepaling na drie maanden. Indien ook dan sprake is van micro-albuminurie, spreekt men van persisterende micro-albuminurie (stadium van dreigende nefropathie). Het is van belang na te gaan:

  • is de bloeddruk verhoogd?
  • is de diabetes mellitus ontregeld?
  • is patiënt therapietrouw?

Microalbuminurie is een voorbode van nierschade en een risicovoorspeller voor micro- en macrovasculaire hartvaatziekte.

 

Behandeling

De behandeling van micro-albuminurie kan effectief zijn met het voorschrijven van een ACE remmer of een AT2 antagonist. Beide middelen beperken de vaatschade of remmen de progressie ervan. De dosis kan worden opgetriteerd tot de maximale dosis. Het advies is om niet een ACE remmer samen met een ATZ antagonist te combineren. Dus kiezen voor één middel.

Indien verlaging van de micro-albuminurie niet lukt, kan men de nefroloog raadplegen. Ook bij albuminurie geldt dat alle streefwaarden dienen te worden gemaximaliseerd in het bijzonder de bloeddruk. De streefwaarde van de systolische bloeddruk is 140 mmHg. Het verdient aanbeveling de patiënt uit te leggen dat er nog geen echte nierschade is om onnodige ongerustheid te voorkomen.