Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

Kwartaalcontroles


Bij kwartaalcontroles moeten een aantal zaken nagegaan worden:

 

1. Informeren naar:

  • Algemeen welbevinden en eventuele klachten
  • Verschijnselen die duiden op hypo/hyperglycemie
  • Problemen met dieet:
    Is het duidelijk waar het bij gezonde voeding en diabetes om gaat? Welke veranderingen hebben er plaats gevonden en is dit in te passen in het dagelijks leven.
  • Problemen met medicatie:
    – Vragen naar bijwerkingen
    – Worden de medicijnen wel eens vergeten in te nemen?
    – Weet de patiënt waar de medicijnen voor zijn?
    – Weet de patiënt wanneer de medicijnen ingenomen moeten worden?
  • Problemen met beweging:
    Welke veranderingen hebben er plaatsgevonden en is dit in te passen in het dagelijks leven.
  • Ziekte-inzicht:
    – Is de patiënt voldoende geïnformeerd?
    – Is de patiënt op de hoogte van mogelijke complicaties?

 

2. Bepalen van:

  • Glucose nuchter: wanneer bepaling van de nuchtere glucose lastig is in te passen in de
    controles van een individuele patiënt, kan ervoor worden gekozen de postprandiale
    waarde, bijvoorbeeld 2 uur na de lunch, als parameter voor de behandeling te nemen. Dit
    beleid moet dan bij de betreffende patiënt wel worden gecontinueerd.
  • HbA1c bij ontregelingen of bij mensen die twee- tot viermaal daags met insuline worden
    behandeld.
  • Bloeddruk
  • Gewicht

 

3. Inspecteren van:

  • Voeten bij een risicovoet
  • Spuitplaatsen bij mensen die insuline spuiten

 

4. Bespreken van:

  • Instelling naar aanleiding van het laboratoriumonderzoek
  • 4-punts dagcurven bij insulinegebruikers
  • Ingestelde en/of voorgenomen behandeling

 

5. Noteren van bevindingen in HIS