Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

GLP-1-agonisten voorschrijven


Zorgverzekeraars Nederland (ZN) geeft aan dat huisartsen GLP-1-agonisten mogen voorschrijven. De verzekeraars hebben dit besloten na de recente aanpassing van de NHG-standaard DM type 2. De ZN-formulieren GLP-1-agonisten en Combinatie GLP-1-agonisten met basale insuline zijn hierop aangepast.

 

In de huisartsenpraktijk

GLP-1-agonisten hebben in de NHG-Standaard Diabetes Mellitus type 2 (2018) alleen een plaats als alternatief voor insuline wanneer de behandeling met insuline niet mogelijk is of op bezwaren stuit. De standaard geeft de voorkeur aan metformine, SU-derivaten (bij voorkeur gliclazide) en (middel)langwerkende insuline (bij voorkeur NPH-insuline).

Bij patiënten voor wie het vermijden van een hypoglykemie van groot belang is, bijvoorbeeld beroepsmatige verkeersdeelnemers, kan de huisarts in plaats van insuline kiezen voor een GLP-1-agonist of DPP-4-remmer. Een voorwaarde is dat het HbA1c maximaal 15 mmol/mol boven de streefwaarde ligt (NHG, 2018).

De keuze tussen een GLP-1-agonist en DPP-4-remmer is afhankelijk van het BMI:

  • Bij een BMI > 35 kg/m2 hebben GLP-1-agonisten de voorkeur boven DPP-4-remmers
  • Bij een BMI van 30 tot 35 kg/m2 heeft een DPP-4-remmer de voorkeur boven een GLP-1-agonist
  • Bij een BMI < 30 kg/m2 komen alleen DPP-4-remmers in aanmerking (NHG, 2018)

Klik hier voor meer informatie over GLP-1.