Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

Depressie


Diabetes is niet alleen een chronische aandoening met verregaande gevolgen voor de persoon en zijn of haar naasten, zoals partner, ouders en vrienden. Ook wordt het steeds duidelijker dat het succes van de behandeling in sterke mate afhangt van de wijze waarop de patiënt dagelijks met zijn ziekte omgaat.

 

Richtlijn

In 2013 is de richtlijn signalering en monitoring depressieve klachten bij diabetes uitgekomen. Met deze richtlijn beoogt men het signaleren van depressie te verbeteren, depressieve klachten bespreekbaar te maken en patiënten passende hulp aan te kunnen bieden. Het blijkt dat 26% van de patiënten met diabetes type 2 in de eerste lijn gedurende een periode van 2.5 jaar één of meer depressies doormaakt. Dit maakt het bespreekbaar maken van de kans op depressie noodzakelijk.

In de richtlijn wordt geadviseerd om hiervoor gebruik te maken van gevalideerde vragenlijsten tijdens de jaarcontrole. Voorwaarde hiervoor is wel dat iedereen in de praktijk weet wie wanneer welke vragenlijst afneemt en naar wie doorverwezen kan worden wanneer een depressie vermoed wordt. Een rol hierin kan natuurlijk ook de poh-GGZ spelen die al in veel praktijken aanwezig is.

 

Signaleren

Een korte vragenlijst om een mogelijke depressie te signaleren, is bv de WHO-5, een wat uitgebreidere versie is de PHQ-9 (met uitleg). De PAID 20 is een vragenlijst die meer gericht is op diabetes.

Door vroegtijdige herkenning van psychosociale problemen in de praktijk van de diabeteszorg en het aanbieden van werkzame psychosociale interventies kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de verbetering van zowel het lichamelijk als psychologisch welzijn (‘kwaliteit van leven’) van de mens met diabetes. Psychosociale interventies kunnen bijvoorbeeld bestaan uit behandeling van een eerstelijns psycholoog of via de website van diabetergestemd.nl.