Geïntegreerde en persoonsgerichte zorg

3. Casefinding


Het is niet bewezen dat systematische screening op diabetes bij personen zonder een risico leidt tot gezondheidswinst. Daarom heeft aandacht voor optimale zorg voor bestaande patiënten met diabetes voorrang op het opsporen van diabetes. Dit is de reden dat mensen niet actief opgeroepen hoeven te worden voor een glucosebepaling in het kader van screening. Het is beter te kiezen voor casefinding tijdens spreekuurbezoeken naar mensen die een hoog risico hebben op diabetes.

Bij volwassenen die niet reeds in behandeling zijn vanwege hypertensie, diabetes mellitus, hart- en vaatziekten, chronische nierschade en hypercholesterolemie, maar mogelijk wel een verhoogd risico hierop hebben, kunt u de NHG-Standaard Het PreventieConsult gebruiken.

 

3.1 Richtlijnen bij spreekuurbezoekers met een hoog risico

  1. Bepaal het nuchter glucosegehalte bij mensen met klachten en aandoeningen die wellicht komen door diabetes mellitus, zoals dorst, polyurie, vermagering, pruritus vulvae op oudere leeftijd, recidiverende urineweginfecties en balanitis, mononeuropathie, neurogene pijnen en sensibiliteitsstoornissen.
  2. Bepaal het nuchter glucosegehalte jaarlijks bij alle spreekuurbezoekers:
    – met gestoorde glucosetolerantie
    – met het metabool syndroom
    – met hart- en vaat ziekten (HVZ) die worden behandeld in de eerste lijn
    – na zwangerschapsdiabetes (ICPC W84.02) gedurende 5 jaar
  3. Het nuchtere glucosegehalte dient driejaarlijks bepaald te worden:

 

3.1.1    Gestoorde glucosetolerantie (ICPC A.91.05)

Gestoorde glucosetolerantie kan overgaan in diabetes, als het niet behandeld wordt. Er kan sprake zijn van:

  • Een gestoorde nuchtere glucose
  • Een gestoord postprandiaal glucosegehalte
  • De combinatie van beiden

Een gestoord nuchtere glucose en een gestoorde glucosetolerantie wijzen op een grotere kans op de ontwikkeling van diabetes mellitus en doorgaans op een verhoogd cardiovasculair risico. Aanbevolen wordt bij een gestoord nuchtere glucose en/of gestoorde glucosetolerantie de nuchtere glucosebepaling na 3 maanden in het laboratorium te herhalen. Als ook dan de diagnose diabetes mellitus niet kan worden gesteld, wordt de patiënt jaarlijks gecontroleerd. Daarnaast is het goed om het cardiovasculaire risicoprofiel (zie de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement) te bepalen.

3.1.2    Metabool syndroom

Het metabool syndroom is de clustering van belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten, diabetes en nierziekten. Van een metabool syndroom is sprake indien ten minste 3 van de volgende 5 componenten aanwezig zijn:

  • Middelomtrek > 102 cm bij mannen en > 88 cm bij vrouwen
  • Triglyceride > 1,7 mmol/l of een behandeling hiervoor
  • HDL-cholesterol < 1,0 mmol/l bij mannen en < 1,3 mmol/l bij vrouwen, of een behandeling hiervoor
  • Systolische bloeddruk > 130 mmHg of diastolische bloeddruk > 85 mmHg of een behandeling hiervoor
  • Nuchtere serumglucosewaarde > 6,1 mmol/l.

 

Klik hier om terug te keren naar de hoofdpagina van het Diabetes protocol